De gemeente Den Haag heeft het eerste werkende collectorveld van Nederland officieel geopend. Onder het kunstgras van Sporttuin Moerwijk aan de Van Ruysbroekstraat wordt zonnewarmte opgevangen, opgeslagen in de bodem en met behulp van warmtepompen gebruikt om twee nabijgelegen basisscholen en een peuterspeelzaal te verwarmen. Daarmee is Den Haag de eerste gemeente in Nederland waar deze techniek operationeel is.
Het systeem ligt volledig onder een bestaand sportveld en vraagt geen extra ruimte, wat het bijzonder geschikt maakt voor dichtbebouwde wijken. De gebouwen die worden aangesloten, gebruiken nu nog aardgas. Naar verwachting vermindert hun aardgasgebruik dankzij het collectorveld met 75 procent. Het veld heeft bovendien een extra voordeel: in de zomer blijft het kunstgras waarschijnlijk koeler, wat het sporten prettiger maakt.
"Ik vind dit een prachtig voorbeeld van hoe innovatie helpt om uitdagingen op te lossen", zegt wethouder Isabelle Broeders van Buitenruimte en Energietransitie. "Innovatie is geen doel op zich, maar een middel om slimme, toekomstgerichte keuzes te maken. Met dit collectorveld laten we zien hoe nieuwe technologie kan bijdragen aan betaalbare, lokaal opgewekte en schone energie, zonder dat daar extra ruimte voor nodig is. We benutten slim de ondergrondse ruimte door functies te combineren en we creëren daarmee kansen voor scholen, sportverenigingen en de stad als geheel."
Tekst gaat door onder foto.

Foto: Henriëtte Guest.
200 sportvelden
Met deze proef onderzoekt de gemeente wat het collectorveld in de praktijk oplevert. De prestaties worden minimaal een volledig jaar gevolgd. Daarbij wordt gekeken naar de warmteopbrengst, de werking van het systeem en de kosten en opbrengsten. Die inzichten helpen bepalen onder welke voorwaarden collectorvelden ook op andere plekken in Den Haag kunnen bijdragen aan een haalbare, betaalbare en betrouwbare warmtevoorziening. Den Haag heeft meer dan 200 sportvelden. Als deze proef succesvol is, biedt dat kansen om op meer plekken sport en spel te combineren met lokale warmte voor de buurt.

Foto: Henriëtte Guest.